Het is inmiddels de zevende keer dat wij op weg zijn naar ons thuiswater in Frankrijk. Alleen in het najaar hebben wij er nog niet gevist. Vorig jaar in mei kon ik niet mee, omdat ik toen de sleutel kreeg van ons huis, dus in goed overleg met mijn vrouw kon ik eind september een weekje vissen. We hebben in die tussentijd mooie vissen gevangen, verschillende stekken bevist en het water goed leren kennen.

 

We rijden op zaterdagavond weg en komen rond één uur ‘s nachts aan. De reis is voorspoedig verlopen. We zetten snel even een tentje op en drinken dan nog wat en slapen een paar uur. De volgende dag is het tijd om de vergunning op te halen. We kennen de mensen van dit water al goed en de locale vissers ook. We rijden nog wat langs het water en maken een praatje met wat andere vissers. Het blijft leuk om andere vissers weer te zien aan dit water. De stek waar we gaan vissen is helemaal nieuw voor ons, op dit gedeelte hebben we nog niet gevist. In het voorjaar zaten we meestal in de baaien te vissen. Nu zitten we echt op het grote water dus nog een heel karwei om mooie plekken te vinden op het open water.

 

Als we aangekomen zijn op onze stek beginnen we met onze materialen op te zetten. Binnen een mum van tijd is alles gereed en kunnen we de lijnen uitvaren. Eerst gaan we het water op om te kijken hoe het bodemverloop is, op interessante plekken plaatsen we een marker en voeren we al wat. Gewapend met dieptemeter en een emmer Pineapple freezers varen we één voor één onze lijnen uit en kan het wachten beginnen.



 

Ik gebruik om te beginnen simpele montages, gewoon een enkele 25mm of een enkele 30mm, maar deze werden wel van te voren gedipt in de Pineapple dip, net een beetje extra. Het doet me goed als ik mijn vriend Jopie aan zie komen lopen met twee koude biertjes, die gaan er wel in. We proosten samen op de eerste nacht. Het is zo rond 9 uur ‘s avonds als Jopie een volle run krijgt. Na een korte dril ligt de eerste vis in de boot. Op de kant wordt het gewicht bepaald op 16,6 kg. De eerste vis is binnen en dat geeft altijd een goed gevoel, zo snel hadden wij allebei niet verwacht. Die nacht vangen we nog drie vissen van 18, 19 en 20,8 kg. Wat een begin!



 

We besluiten om zo rond de middag onze lijnen binnen te draaien. De eerste dagen vissen we overdag niet, maar voeren we wel. Deze tactiek is in het verleden ook succesvol gebleken. Vanuit de boot voeren we flink wat Pineapples in de formaten 15, 20 en 25mm. We vissen alleen met 25 mm of groter. Deze grote freezers hebben we laten draaien en wat langer laten drogen zodat deze veel harder zijn. Op deze manier hebben we bijna geen last van witvis. Onze eindmontages zijn eenvoudig. Als hoofdlijn gebruiken we Whiplash van Berkley, dit is een drijvende gevlochten lijn. Hieraan bevestigen we een vijftien meter lange voorslag van PB The Shield. We gebruiken een 230 gram Big Grippa lood voor de grote afstand die wij vissen. De onderlijnen zijn soepel en kort, een stukje afgestript met een soepele hair. Om de laatste paar meters op de bodem te krijgen, plaats ik een paar loodballetjes op de lijn.

 

Door de vangsten van de eerste nacht loopt de spanning op zodra het donker wordt. Nog voordat wij onze tenten in gaan, loopt de linkerhengel af. Jopie pakt de hengel en even later zitten we samen in de boot. Voordat we de boot instappen, zetten we een felle lamp aan weke op de rod pod is bevestigd. Zo kunnen we ons kamp gemakkelijk terugvinden. Deze vis is flink sterk. Na twintig minuten drillen geeft de vis zich over en als deze in het net glijdt, gaat het zo te zien om eentje die weer richting de twintig kilo gaat. De vis wordt in de boot onthaakt en snel wordt er een verse boilie opgedaan en weer ingelegd. We voeren weer wat bij en dan terug na de kant. De vis wordt gewogen en de naald stopt bij 20,6 kg. Daarna volgen er nog 2 vissen van 18,2 en 12 kg.



 

De dinsdagnacht is er één om niet snel te vergeten. Eerst vang ik om 23.30 uur een oude spiegel van 21,2 kg op zes meter diepte. Om 06.30 uur krijgt Jopie een keiharde fluiter. Even later zitten wij in de boot en als wij boven de vis komen kan het gevecht beginnen. Deze vis voelt meteen goed aan en blijft steeds diep zitten. Na twintig minuten hebben we de vis nog altijd niet gezien. We drijven, door het drillen, steeds meer af naar rechts en even later zit de lijn ook nog eens door de marker heen. Als de karper de diepte induikt zie je dat de marker ook mee getrokken wordt. We hopen dat dit maar goed gaat. De hengel gaat nog een keer maximaal krom en ik krijg de kans om te scheppen. Yes, hij zit er in. Wat een geweldig gevecht! We zijn natuurlijk allebei benieuwd naar het gewicht van deze vis en varen snel terug naar ons kamp. De naald blijft staan op 25,6 kg, wat een bak. Mijn vriend Jopie schreeuwt het uit. Hij is helemaal door het dolle heen (ik ook trouwens). We maken samen een vreugdedansje. Ik vind het fantastisch om mijn vismaat zo blij te zien. De champagnefles kan open en we drinken er eerst één op het persoonlijk record van Jopie. ’s Ochtends nemen we foto’s en na het terug zetten van deze dikke vis, duikt Jopie er zelf achteraan. Tijdens het foto’s maken van mijn 20 kilo vis krijg ik nog een aanbeet. Dit was een lange spiegel van bijna 18 kg.



 

We halen onze lijnen opnieuw binnen en we voeren weer zo’n 5 kilo bollen over een groot oppervlak. Dit blijkt goed te werken want de volgende nacht vangen we drie vissen van 14, 15,8 en 19 kg. Het opvallende was dat alle beten van dezelfde hengel afkwamen. Deze hengel lag op zes meter diep in een geul net achter een strook wier. Dit is, denk ik, een doortrekroute, zoals Jopie dat zo mooi zegt; Route de la Trek. Het is heerlijk visweer, lekker donker met een kabbeltje op het water.

 

Donderdag avond om 21.45 uur na een heerlijke maaltijd, gemaakt door chef-kok (Jopie) krijgen we ineens een dubbele run. Jopie pakt een kleintje van een kilo of 10 en ik verspeel een vis, de lijn zat muurvast. Rond middernacht schrik ik wakker en kijk over het water. Ik zie een felblauw lampje branden: beet! En op het moment dat ik de boot instap, loopt er nog een hengel af, dus allebei het water op. Als ik boven de vis ben, kan het gevecht beginnen. De hengel kraakt en moet tot in het handvat krom. De adrenaline knalt door mijn lichaam heen en de hengel trilt in mijn handen. Dit gevoel kun je amper beschrijven, dit moet je echt voelen. Uiteindelijk weet ik de karper in de boot te hijsen. Het is een schitterende schubkarper van bijna 18 kg. Even later komt ook Jopie aan wal met een spiegel van 13,2 kg. Helaas verspelen we die nacht nog een vis.



 

De laatste nacht is het echt slecht weer en het regent de hele nacht. Ik vang ‘s nachts midden in de regen een spiegel van 12,4 kg. Mijn vismaat zit al een tijdje op het water en ik besluit toch maar eens te gaan kijken. Net als ik de boot in wil stappen zie ik in de verte een klein lampje. Het is alleen we zo’n honderd meter verder op. Ik loop die kant op en hoor wat gemompel en gebek. Wat blijkt nou: Hij was eerst een stuk afgedreven en toen was de accu ook nog leeg, tja en dan is het een behoorlijk stuk roeien. Ik vraag: “En had je nog wat?”. “Ja een meerval!”. Ik bied hem droge kleren aan en we drinken nog een biertje. We besluiten om onze slaapzakken weer op te zoeken en nog wat te slapen.

 

De volgende morgen is het tijd om in te pakken, heerlijk in de regen. Dit was wederom een visvakantie om nooit te vergeten. Een persoonlijk record voor Jopie en ik twee 20 kilo vissen.

 

De plannen voor volgend jaar zijn alweer gemaakt!


Ons thuiswater in Frankrijk, september 2010 (door Arjan Riphagen)