In 1991 ben ik begonnen met riviervissen in Frankrijk. Daarna ben ik, zoals zoveel vissers, op de bekende meren in Zuid-Frankrijk gaan vissen.
Waarom nu weer dit water?
Van 1991 tot nu hebben mijn vismaten en ik al vele kilometers gemaakt om grote karpers te vangen, soms tot wel 3 keer per jaar. Ditmaal wilden we het dichter bij huis houden, dus na 20 jaar weer “back to basic”: zonder boot of fish-finder, gewoon lekker vissen zoals op het Twentekanaal.
’s Morgens vroeg vertrekken en zo’n 6 ½ uur later op de visplek: lekkerder kan toch niet !
Eerst een bak koffie in het plaatselijke café, waar we ook de visvergunning kopen, daarna even boodschappen en we kunnen beginnen met vissen.
Mijn vismaat Mark was net begonnen met het opbouwen van de derde hengel en ik met het bakken van het juist gekochte eten (een mens moet eten, anders ga je dood), toen de eerste run er al was.
Het bleek een meerval van
Toen het eten stond te sudderen ging ik ook bezig met mijn set en jawel… 2 uur na de run van Mark kwam er ook een run op mijn stokken: weer een meerval, deze was
De rest van de avond en nacht bleef het rustig.
Halverwege de 2e nacht kreeg ik een volle run op de hengel waarmee ik richting overkant viste (ca.
De slip iets losser, en de hand op de spoel, en ik kon hem langzaam maar zeker dichterbij trekken.
Tot hij dicht onder de kant was, hadden we hem nog steeds niet gezien, maar nu kwam hij boven zodat Mark hem kon scheppen.
Het was een spiegel van 22 kilo: een echte rivierkarper. Kort, dik, hoog en één brok spieren: wat een vis!
De 3e nacht ving Mark net over de vaargeul een hele mooie
Toen ’s morgens inpakken en ’s middags alweer thuis.
Conclusie: je hoeft niet ver te reizen en bakken met geld uit te geven aan benzine, tol en dure jaarvergunningen of een boot en fish-finder aan te schaffen. De biggen in dit water doen niets onder voor die in Cassien!

